Cultuur & Uitgaan
Typography

020 Amsterdam Historie - De Kloveniersburgwal is een van de mooiste grachten van Amsterdam. Hij is uitzonderlijk breed, de bebouwing afwisselend, de geschiedenis rijk. Zo verwijst de naam klovenier naar een zwaar geweer uit het einde van de middeleeuwen.

De Amstel slingert machtig vanaf de Blauwbrug voor de Stopera langs. Dan loopt hij verder voor het Doelen Hotel en het hotel L’Europe. Dit is een bijzondere plek in de stad. Waar nu de hotels staan, was vanaf 1480 het einde van de middeleeuwse stadsmuur. Als je goed kijkt, kun je nog duidelijk zien hoe de stad daar eindigde. Er waren hier 2 verdedigingswerken, waaronder de toren Swijgh Utrecht, gebouwd om het soms vijandelijke Utrecht af te schrikken. En dan buigt de Amstel sierlijk naar het Rokin, de oude binnenhaven van de stad. Een prachtig beeld.


Bovenaan de ingang van de Kloveniersburgwal. De Amstel op de voorgrond. Ansichtkaart 1930.


Kloveniersburgwal
Een stukje terug, komt de Kloveniersburgwal uit op de Amstel. De Kloveniersburgwal vormde de oostzijde van de stenen stadsmuur uit 1480. De vorm van die stadsmuur is nog haarscherp terug te zien in de stad. De muur liep van de Schreierstoren naar de Waag, langs de Kloveniersburgwal tot de toren Swijgh Utrecht, waar nu het Doelen Hotel staat. Vervolgens liep de muur verder vanaf de Munt, langs de Singel tot het IJ.



De gracht eindigt bij de Nieuwmarkt. Nog geen auto’s, wel veel binnenvaartschepen. 1890.

 

Kloostertuinen
De Kloveniersburgwal was tot het eind van de 16e eeuw de buitenste stadsgracht. Hij ligt naast de Oudezijds Voorburgwal en de Oudezijds Achterburgwal. Aan deze oostkant van het middeleeuwse stadshart waren veel kloosters met grote tuinen. Toen Amsterdam in 1578 protestants werd, werden al deze katholieke eigendommen door het stadsbestuur onteigend.

 

Die voormalige kloosters met hun tuinen bepalen nog steeds grotendeels het bijzondere karakter van de Kloveniersburgwal. Er was veel ruimte. Er staan veel grote instellingen en gebouwen, zoals het voormalige Binnen Gasthuis, het grote Compagnietheater in een oude Lutherse kerk en het Trippenhuis, waarin nu de Academie van Wetenschappen zit. De gebroeders Trip waren schatrijke wapenhandelaren. De schoorstenen op hun stadspaleis hebben de vorm van een klein kanon.


Panorama van de Amstel en de plek waar de middeleeuwse stad eindigde. De Kloveniersburgwal loopt richting de Zuiderkerk. 1938.

 

Oudemanhuis
Vanaf 1602 bevond zich in 1 van deze oude kloosters ook een oude mannen- en vrouwenhuis. Het was gesitueerd aan de Kloveniersburgwal, hoek Spinhuissteeg. Zo'n 100 minderbedeelde 50-plussers konden hier terecht in wat als de voorloper van onze latere bejaardentehuizen kan worden beschouwd. Ondanks dat vrouwen er in de meerderheid waren, werd het tehuis bekend als het Oudemanhuis. Het tehuis was oorspronkelijk een initiatief van het Amsterdamse bestuur, maar werd ook deels gefinancierd door particulieren.

 

Wonen in het Oudemanhuis was geen pretje: geslapen werd er op overvolle slaapzalen, vaak met 2 man/vrouw in 1 bed. Het eten bestond uit wortelen, erwten of bonen, weggespoeld met slap bier. Wie zich niet aan de strenge huisregels hield, kreeg voor straf een houten blok aan een ketting aan zijn of haar been. En arm of niet, wie een plek in het Oudemanhuis wilde, moest behalve eigen beddengoed ook 2 guldens meenemen voor de eigen toekomstige begrafenis.


Binnenplaats van het Oudemannenhuis, eind 18e eeuw.

 

Dezelfde plek ruim 2 eeuwen later.
Gaandeweg werden de eisen om een plek in het Oudemanhuis te bemachtigen dermate hoog, dat het inwoneraantal daalde tot 30. Daarom besloot het stadsbestuur het gebouw een andere bestemming te geven. Vanaf 1831 was het gebouw achtereenvolgens een opvang van choleralijders, een kunstacademie en een museum voor beeldende kunst. Vanaf 1880 werd het Oudemanhuis onderdeel van de Universiteit van Amsterdam en dat is het tot op de dag van vandaag. De eeuwenoude Oudemanhuispoort is nog steeds de ingang naar het terrein. Behalve vanwege zijn tweedehands boekenmarktje, is de Oudemanhuispoort jarenlang een begrip bij Amsterdammers die dringend een tweedehands fiets nodig hebben.


De Oudemanhuispoort aan de Kloveniersburgwal 78 die toegang biedt tot het Oudemancomplex. In de overdekte entree achter de poort bevindt zich al vanaf 1875 een tweedehands boekenmarkt. In dat jaar werd de oude Botermarkt op het Rembrandtplein heringericht en was er voor de boekverkopers geen plaats meer. Zij streken neer in de galerij van het Oudemanhuis, dat toen in gebruik was als museum voor beeldende kunst. Foto uit 1975.

 

Sprookjesachtig
De Kloveniersburgwal is breed en de bebouwing gevarieerd en fraai. Hij begint bij de machtige bocht van de Amstel en eindigt bij de Nieuwmarkt met de schilderachtige Waag, de voormalige Sint Antoniespoort. Bovendien zie je de Zuiderkerk uit 1614. Dat versterkt het sprookjesachtige beeld. Daarom is de Kloveniersburgwal waarschijnlijk de mooiste gracht van de stad.


Kloveniersburgwal met de brug naar de Staalstraat. Augustus 1955.

 

Andere kandidaten
Een andere kandidaat voor de mooiste gracht is de Binnenkant, maar die loopt lelijk dood op de Prins Hendrikkade. Ook de Brouwersgracht is speciaal. Maar hier is de bebouwing eentoniger dan op de Kloveniersburgwal. En de grachtengordel, gebouwd vanaf 1613, is natuurlijk sowieso prachtig. Toch gaat het bij het aangezicht van de grachtengordel vooral om het grote en wonderbaarlijke geheel.


De Kloveniersdoelen, gebouwd in 1522 met de toren Swijgh Utrecht. Tekening uit 1664.

Stadsleger
In 1522 besloot de stadsregering 200 kloveniers aan te wijzen uit de burgerij. Deze kloveniers maakten deel uit van de ‘schutterij’, het stadsleger. Amsterdam had toen een enorme vrijheid, gesymboliseerd door dit eigen leger en de stadsmuur die ’s nachts op slot ging. De regenten deden wat ze wilden. Burgemeesters als Van Beuningen voerden wereldpolitiek. Amsterdam was een zelfbewuste stadstaat.

 

De kloveniers hadden een groot en zwaar geweer als wapen, de zogenaamde ‘coleuvrine’. Daarmee oefenden zij bij de toren Swijgh Utrecht. Zo ontstond de naam Kloveniersdoelen. Het gebouw werd ook een herberg voor hoge gasten; opvallend is dat hier nog steeds een hotel staat. In dit Doelen Hotel zijn nog intrigerende restanten van de oude toren te zien. Andere schutters waren bewapend met een voetboog of een handboog. Hiernaar zijn straten bij het Spui vernoemd: de Voetboog- en de Handboogsteeg.


De Nachtwacht van Rembrandt uit 1642. Geschilderd in opdracht van de Kloveniersdoelen. Het schilderij hing tot 1715 in hun gebouw.

 

Afgesneden randen
In 1683 gaven de kloveniers Rembrandt de opdracht om ze te vereeuwigen. Dit grote en originele schuttersstuk werd uiteraard beroemd als de Nachtwacht. Van 1642 tot 1715 hing het in de Kloveniersdoelen. In 1715 verhuisde het naar het stadhuis, nu het Paleis op de Dam. Bij de verhuizing werden de randen van het meesterwerk afgesneden.

 

De schutterij werd steeds meer een gezelligheidsvereniging. De leden deden zich tegoed aan eet- en drinkgelagen. De stedelijke weerbaarheid nam af. In 1816 werd de Kloveniersdoelen verhuurd aan hotelhouder J.H. Brack.

 

Zo zie je aan de Kloveniersburgwal de diepte van de geschiedenis van de stad. Van een katholieke stad met veel kloosters, naar een machtige protestantse stadstaat met eigen leger, tot de stad zoals we die nu kennen.

 

Bron: Gemeente Amsterdam

 

Cultuur & Uitgaan & Reizen

Kunst & Media

Vliegtickets